Eddy komt tijdens zijn wandeling in en rond Saasveld ook langs het kerkhof. Het kerkhof ligt er aangeharkt bij.
Eddy komt tijdens zijn wandeling in en rond Saasveld ook langs het kerkhof. Het kerkhof ligt er aangeharkt bij. (Foto: Picasa)

Wandelen met Eddy door en rond Saasveld

Saasveld - De Twentse chroniqueur Eddy Oude Voshaar maakt elke week voor dé weekkrant een wandeling bij ons in de regio. Deze week gaat het richting Saasveld.

Vanaf de Thij in Oldenzaal rij ik via de Gammelkerstraat steek ik de Deurningerstroat over en de Postweg brengt mie noar het dorp dat vooral bekend is van de discotheek dancing Bruns.

Saasveld.

Sinds vele jaren rijden er ook vanuut Losser in de weekends 's avonds laat bussen vol jonge leu noar het discodorp.

Het dorpje lijkt op deze zonnige herfstzaterdagmorgen uitgestorven. Ik parkeer mien auto op de grote parkeerplaats voor de dancing woar het allemoal gebeurt. De kerk die doar zo groot en machtig staat, vraagt om aandacht en ik loop met mien camera in de hand noar de kerk. Hier is het wel een stuk drukker.

Enkele mensen zijn druk in de weer op het kerkhof. Het kerkhof ligt er aangeharkt bij. Een vrouw is een grafsteen van haar oma aan het schoonmaken en met een klein tuinharkje harkt ze de bladeren van het graf. Iets verderop zie ik een man die in de volgende rij staat met een greune vergiet in zijn hand. Hij besprenkelde een graf op het kerkhof, dat hier zo mooi en geborgen tussen die hoge bomen ligt. Hij zegt teeng mie: ''Mien breur is jong overleden. Te jong. Veuls te jong. Maar hef wa veur een keer zoveul eten dus hij is niks te kort gekomen in zien korte leven. Man man, wat kun mien breur genieten van een speklap. Een speklap hard gebakken, altied hard gebakken. Oos moeder kreeg de mangs wat van. En ik denk dat hem dat fataal is worden, die speklappen met ik weet niet hoeveul korreltjes zout. Oos vader zei nog: jong jong wat een zout strooist doe op die speklappen van die. Maar dan zei oos moeder weer: Loat den jong toch ett'n. Rookworst. Doar koj mien breur nachts wakker veur maken, dat vond hij bijna net zo lekker as die speklappen. Ook mos oos moeder elke dag een of liefst twee hard gebakken speklappen bie mien breur in zien broodtrommel doen. Koald! Ja koald at hij die dan op, tussen zien witte boterhammen. Een echte speklappen keerl was mien breur. En wat wie nog veur hem kunt doon, is zien graf onderhoaln, de goudsbloemen een betke water geem'm en de steen schoonhoaln. Zo get dat. Alles is maar even en weej wat wie zo biezonder vindt bie oos in hoes? Zal ik die dat is vertellen, dat geleufts doe misschien niet, maar de dag noar zien begrafenis lag er een speklap op een schoteltje op zien graf, en wie weet noe nog niet wie dat doar veur hem hef neerlegt.''

Mooi zijn de bossen hier rondom het kerkhof. Het Medenpad slingert hier door een schilderachtige omgeving een slingerend weggetje dat je zo, als je een oog dicht doet naar het huis van Paulus de Boskabouter brengt. Langs essen met aan in de vertes oale Twentse erven. Een fietsende oma brengt al bellend terug in de werkelijkheid. Het weggetje loopt dwars door tientallen paddenstoelenvelden. Dan een houten bruggetje over en dan hoor ik het evenwichtige gehamer van een bonte specht hij zit net boven mie. Voorzichtig tuur ik noar boven hen en doar zit hij. Het gehamer echoot door het bos hen.

De bladeren beginnen veurzichtig hun herfstkleed aan te trekken. Zilveren spinrag siert de brugleuningen en dan wandel ik op de Hofmeijerweg dan een tiental meters over de Saterlostroat, vervolgens rechtsaf het Medenpad op.

Het leuke huusje waar ik hier zomaar langs loop, is zo gezellig aangekleed van buuten. Hoe mooi en gezellig zou het wel niet binnen zijn. Het paadje wandelt tussen enkele weilanden door waar paarden draven en een jong veulentje naar mie toe komt lopen. Ik wil haar aaien maar ze gooit haar hoofd de lucht in en draaft terug naar haar ouders. Een wielrenner in een Raboshirt tingelt en schiet langs mie.

Op de weidepalen zitten duizenden elfjesbanken. Zo mooi. Dan brengt het paadje mie terug in het bos en als ik dan over het beekje heen ben, hoor ik het hameren van de altied maar werkende bonte specht. Langs de grachten van het voormalige kasteel Saterlo en het grote witte kruis van het kerkhof, waar ik enkele foto's van maak, stoa ik plotseling in het midden van het dorpje. Op het plein bint enkele jongens aan het voetballen terwijl een meisje met haar mobieltje daar een filmpje van maakt.

De wandeling duurt 75 minuten.
De route: Medenpad, Hofmeijerstroat, Saterlostroat, Medenpad, kerkhof en parkeerplaats.

Meer berichten